Voor Curaçaose belastingplichtigen met vermogen is het van belang om per investering te bepalen wat fiscaal het meest gunstig is. Zo kunnen rente- en dividendinkomsten in privé leiden tot heffing in de inkomstenbelasting, terwijl deze in een Curaçaose beleggingsvennootschap (CBV) doorgaans vrijgesteld zijn. Daartegenover staat dat bij een CBV jaarlijks een forfaitair rendement in aanmerking wordt genomen in de inkomstenbelasting. Hoe zit dat bij cryptoactiva?
Privébezit van crypto
Houdt een natuurlijk persoon op Curaçao crypto aan in privé, dan geldt de Landsverordening op de Inkomstenbelasting 1943 (LIB).
Vermogenswinsten zijn onbelast zolang geen sprake is van:
- het drijven van een onderneming (art. 6 LIB), of
- het verrichten van arbeid ter verkrijging van voordeel (art. 8 LIB).
De Hoge Raad heeft recent bevestigd dat crypto kwalificeert als een vermogensrecht (HR 25 april 2025, ECLI:NL:HR:2025:683), omdat het overdraagbaar en verhandelbaar is en economische waarde vertegenwoordigt. Deze kwalificatie is fiscaal relevant, maar leidt niet automatisch tot belastingheffing zolang het bezit passief is.
Crypto via een CBV
Wanneer de crypto wordt gehouden via een CBV, waarvan de aandelen worden gehouden door een in Curaçao woonachtige aandeelhouder, geldt een andere systematiek. Op grond van artikel 5, lid 4 LIB wordt jaarlijks een fictief rendement van 10% van de waarde van het aandelenbelang in een CBV in aanmerking genomen als inkomen in de inkomstenbelasting, ongeacht of winst is uitgekeerd. Deze regeling is bedoeld om het uitstellen van belasting via beleggingslichamen te voorkomen.
Het verschil?
- Bij privébezit is er pas belastingheffing bij actieve handel. Is hiervan geen sprake, dan zijn vermogenswinsten op de crypto onbelast.
- Bij bezit van crypto via een CBV is er sprake van jaarlijkse belastingheffing op basis van een fictief rendement.
Conclusie
Het in privé houden van crypto is dus fiscaal gunstiger bij passief beleggen, maar kent risico’s bij actieve handel. Via een CBV wordt jaarlijks een fictief rendement van 10% van de waarde van het aandelenbelang in een CBV in aanmerking genomen als inkomen in de inkomstenbelasting.


